beautypg.com

Pfannenberg DTI 6x01 User Manual

Page 31

background image

085 408 121a

31/60

NL

Oppassen! Te lage warmte-afgifte aan de warmte-

wisselaar in het extern circuit (condensor).
De behuizing van het koelaggregaat mag niet weggenomen

worden als het systeem in werking is. De warmteproductie

van de condensor zou dan te gering zijn en er zou schade

aan het apparaat kunnen ontstaan.
Zodra het apparaat aan het elektriciteitsnet aangesloten is

gaat het apparaat in de start-/testmodus. Vervolgens loopt

de ventilator voor de verdamper verder. Compressor en

condensorventilator lopen indien nodig verder (de

temperatuur-schakeldrempel (Tsoll) is bereikt), of worden

uitgeschakeld (de temperatuur-schakeldrempel (Tsoll) is

onderschreden).

• De vrije afvoer van eventueel voorkomend condens moet voor

een storingsvrije werking gegarandeerd zijn.

10.2 Weergave-elementen

Het

koelapparaat

met

standaard-controller

heeft

een

modusweergave in de vorm van een lichtdiode in de buitenkap van

het apparaat. Het permanente branden van deze weergave bij

aangelegde voedingsspanning toont dat het apparaat zich in de

normale bedrijfsmodus bevindt. Als een fout optreedt of als het

apparaat zich in start- of testmodus bevindt, dan brandt deze

weergave in verschillende knippervolgordes, die de foutendiagnose

van het apparaat vergemakkelijken (zie hoofdstukken 10.4 en 13).
Het koelapparaat met multicontroller bezit een

temperatuurweergave.

10.3 Testmodus / Start

De testmodus wordt in principe na het opnieuw inschakelen van de

voedingsspanning onafhankelijk van de huidige omgevings-

voorwaarden geactiveerd, als het deurcontact gesloten is.
Eerst doorloopt het apparaat een 30 seconden durende startmodus,

die door een 30 seconden durende testmodus gevolgd wordt.

10.4 Gedrag van het apparaat

Modus Tijdsverloop Gedrag

Start-

modus

t = 0s - < 30s
t = 30s
t = 32s

Geen functie
Binnenventilator start
Externe ventilator en compressor starten

Knippervolgorde van de

bedrijfsweergave:

„uit-donker-licht-donker-uit“.

Storingsmeldcontact is gesloten.

Test-

modus

t >34s – 64s. Compressor en ventilatoren blijven

tijdens die tijd in bedrijf. Knippervolgorde

van de bedrijfsweergave: „uit-donker-

licht-donker-uit“. Storingsmeldcontact is

geopend. Als er tijdens de testmodus

een storing optreedt, gaat het apparaat

in de foutmodus en de bedrijfsweergave

brandt volgens de foutentoestand (zie

hfdst. Foutendiagnose).

De startmodus wordt bijkomend altijd dan geactiveerd als de

deureindschakelaar gesloten wordt (zie hoofdstuk 10.5).

10.5 Deurcontact

Om een grotere condensatie te vermijden en om veiligheidsredenen

moet een deureindschakelaar aan de voorziene klemmen

aangesloten worden (zie schakelschema aan binnenkant achter de

interne ventilator).
Door de deur van de regelkast te openen en zo de schakelaar te

openen, worden alle motoren van het koelapparaat onmiddellijk

uitgeschakeld. Na het sluiten van de deur wordt de startmodus (zie

hoofdstuk 10.4) doorlopen. Deze zorgt voor een tijdvertraagde

herstart van het koelapparaat.

10.6 Verzamelstoringsmelding

Het aangeven van een storing van het koelapparaat gebeurt door

een potentiaalvrij contact te openen ((zie hoofdstuk 13). Hierdoor

wordt ook een kabelbreuk van de storingsmeldingsleiding

gesignaleerd.

10.7 Energiespaarstand

(Optioneel, enkel voor apparaten met multi controller)

1) Staat het koelapparaat 15 minuten lang niet in de stand actief

koelen, schakelt het in de energiespaarstand. Dit wordt met een

in het „gebruiksfout ritme (volgorde 1) knipperende LED en met

„En“ in het display weergegeven.

2) Energiespaarbedrijf wordt door een koelverzoek (inwendige

schakelkasttemperatuur hoger dan de ingestelde temperatuur,

d.w.z. het koelapparaat staat in de stand actief koelen)

onderbroken. Koelbedrijf blijft net zo lang ingeschakeld tot de

ingestelde temperatuur (minus de hysteresis) bereikt is. Na 15

minuten schakelt het toestel opnieuw in de energiespaarstand.

3) Treden er tijdens het energiespaarbedrijf storingen op, dan

reageert het koelapparaat in overeenstemming met de

foutendiagnose.

4) Wanneer tijdens het energiespaarbedrijf de temperatuur onder

de ingestelde temperatuur (minus de hysteresis) aan de externe

temperatuursensor daalt, dan schakelt de interne ventilator uit.

Wordt de ingestelde temperatuur (plus de hysteresis) aan de

externe temperatuursensor overschreden, schakelt de interne

ventilator weer aan.

5) Zolang

het

toestel

storingvrij

werkt,

is

de

storingsmeldingsuitgang

van

het

apparaat

tijdens

energiespaarbedrijf gesloten (geen storing).

10.8 Multimaster – bus

(Optioneel, enkel voor apparaten met multi controller)

In de Multimasterconfiguratie wordt de koelwerking van dat

koelapparaat geïnitieerd, dat de schakeldrempel (T

Gew

+ 2K) eerst

bereikt. Alle koelapparaten die aan de Multimaster – Bus

aangesloten zijn, gaan in koelbedrijf. De koelmodus wordt door dat

apparaat beëindigd, dat de schakeldrempel (T

Ge

w - 2K) als laatste

onderschrijdt.
Bij alle koelapparaten die samen in combinatie via een

samengestelde multimaster besturing worden bedreven wordt de

uitvoering van de energiefunctie door het koelverzoek van de

apparaten uit de combinatie gezet.
Na het laatste koelverzoek gaan de koelapparaten na de ingestelde

vertraging weer in de energiefunctie.

10.9 Instelmogelijkheden

Met behulp van een codeerschakelaar (standaard controller) of met

behulp van een USB-interface (multi controller) kunnen

verschillende gewenste temperaturen voor de schakelkast alsook

grenstemperaturen worden ingesteld.
De plaats van de codeerschakelaar op de besturingsprintplaat is te

zien op het schakelschema.
De codeermogelijkheden zijn op het schakelschema (standaard

controller) weergegeven. Het schakelschema is aan de binnenkant

achter de interne ventilator vastgeplakt en in een afzonderlijke

technische bijlage weergegeven.
Uitgaande van de verwachte temperatuur in de schakelkast kan een

bovenste grenstemperatuur gekozen worden die bij overschrijding

ervan een storingsmelding genereert. Bij toestellen met Multi–

Controller kan bovendien een onderste grenstemperatuur

gecontroleerd worden. Voor fabrieksinstellingen zie bijlage.

Tip:
Voor koelapparaten met multi-controller kan voor optimaal

onderhoud, diagnose resp. statusopvraag de als toebehoren

leverbare ECoolPLANT-tool (artikel-nr.: 18310000002) in combinatie

met een personal computer worden ingezet.
ECoolPLANT is een eigen softwareproduct van Pfannenberg

waarmee, in combinatie met de bijgeleverde USB-kabel, de

volgende informatie van het koelapparaat kan worden

gevisualiseerd.

- apparaatdata/-status
- parameterinstellingen
- temperatuurregistratie
- foutgeheugeninformatie

Meer informatie over de ECoolPLANT-tool vindt u op internet onder

www.pfannenberg.com.
Op dit adres, de software is beschikbaar als een gratis download.

This manual is related to the following products: