Ivoclar Vivadent Telio CS Inlay User Manual
Page 24

Telio CS Onlay
Grotere en vlakkere preparaties (onlays). Bij ondersnij-
dingen moet er rekening mee worden gehouden dat
Telio CS Onlay na uitharding minder elastisch is dan
Telio CS Inlay en dat het hierdoor moeilijker te verwijde-
ren kan zijn.
Contra-indicaties:
Voor de toepassing van Telio CS Inlay en Telio CS Onlay
bestaan de volgende contra-indicaties:
– Bij gebruik als tijdelijk kroon- en brugmateriaal.
– Als het materiaal langer dan zes weken in de mond
blijft.
– Als bekend is dat een patiënt allergisch is voor een van
de bestanddelen van Telio CS Inlay of Telio CS Onlay.
Bijwerkingen:
Als het materiaal langer wordt gedragen, kan het gaan
verkleuren. Dit heeft echter geen gevolgen voor de functie.
Bepaalde bestanddelen van Telio CS Inlay resp. Telio CS
Onlay kunnen in uitzonderlijke gevallen tot overgevoelig-
heid leiden bij personen die daarvoor aanleg hebben. In
deze gevallen moet van verdere toepassing van het materi-
aal worden afgezien.
Interacties:
Materialen die eugenol/kruidnagelolie bevatten, kunnen de
uitharding van Telio CS Inlay resp. Telio CS Onlay remmen.
Van het gebruik van zinkoxide-eugenolcementen in combi-
natie met Telio CS Inlay of Telio CS Onlay moet daarom
worden afgezien.
Toepassing:
Preparatieafspraak
1. Voer de preparatie, de relining en de afdruk uit als
gebruikelijk.
2. Reinig de caviteit met waterspray.
3. Leg de geprepareerde elementen droog, gebruik waar
nodig een matrixband (bijv. OptraMatrix).
4. Toepassing van Telio CS Desensitizer (optioneel):
a) Zorg dat de dentineoppervlakken schoon en droog
zijn.
b) Breng Telio CS Desensitizer aan en masseer het gedu-
rende 10 sec. met een geschikt instrument (penseel,
applicatiebrush) in het dentine.
c) Blaas overtollig materiaal voorzichtig glad/droog met
een luchtblazer.
5. Breng met een spatel of een ander geschikt instrument
(bijv. OptraSculpt) een voldoende hoeveelheid Telio CS
Inlay resp. Telio CS Onlay in de caviteit aan. Breng het
materiaal bij gebruik van cavifils met een applicator
(bijv. Cavifil
®
Injector) direct in de caviteit aan. Model-
leer liefst met een minimale hoeveelheid overtollig
materiaal.
6. Laat laagdikten tot 4 mm gedurende 10 sec.
uitharden met behulp van een polymerisatieapparaat
(ca. 650 mW/cm
2
, bijv. bluephase in de LOP-stand).
7. Verwijder de eventuele matrixband.
8. Controleer de occlusie en corrigeer deze eventueel.
Plaatsen
1. Steek een geschikt instrument (bijv. een sonde of scaler)
in de provisorische vulling. Trek Telio CS Inlay of Telio CS
Onlay uit de caviteit.
2. Reinig daarna de caviteit (bijv. met een rubber cupje en
olie- en fluoridevrije reinigingspasta).
3. Controleer de pasvorm van de definitieve restauratie
(bijv. Multilink Automix, Variolink II) en plaats de restau-
ratie.
Opmerkingen:
–
Wanneer Telio CS Inlay / Telio CS Onlay vanuit de
cavifil direct in de mond van de patiënt wordt aan-
gebracht, wordt uit hygiënische overwegingen aanbevo-
len deze cavifil slechts eenmaal te gebruiken, om
kruisinfecties tussen patiënten te voorkomen.
– Gebruik geen oxiderende desinfectiemiddelen om spui-
ten of cavifils te ontsmetten.
– Bij standaardpreparaties hechten Telio CS Inlay / Telio
CS Onlay goed in de caviteit. Door Telio CS Inlay of Telio
CS Onlay in de ondersnijdingen van de approximale
ruimten te modelleren, kan de retentie verder worden
verbeterd. Gebruik in dat geval geen matrixband, maar