beautypg.com

Bosch GKE 35 BCE Professional User Manual

Page 86

background image

86 | Nederlands

1 609 929 V11 | (23.8.11)

Bosch Power Tools

– Leg de zaagketting 10 in de rondlopende groef van het

zwaard 11. Let daarbij op de juiste looprichting. Vergelijk

daarvoor de zaagketting met het looprichtingssymbool 17.

Controleer dat de kettingspannok 22 naar buiten wijst. Om

het inleggen van de zaagketting 10 te vergemakkelijken,

houdt u het zwaard 11 verticaal.

– Leg de kettingschakels om het kettingwiel 18 en zet het

zwaard 11 zodanig neer dat de voor en achter de bevesti-

gingsbout 21 liggende zwaardgeleidingsbruggen 20 in het

langgat van het zwaard 11 grijpen.

– Controleer of alle delen goed geplaatst zijn en houd het

zwaard met de zaagketting in deze stand.

– Zet de afdekking 15 nauwkeurig neer en controleer dat de

kettingvangbout 23 in de daarvoor voorziene geleidings-

sleuf van de afdekking 15 komt te liggen.

– Draai de afdekking 15 met de spangreep 14 iets vast.

– De zaagketting is nog niet gespannen. Het spannen van de

zaagketting gebeurt zoals beschreven in het gedeelte

„Zaagketting spannen”.

Zaagketting spannen (zie afbeeldingen A en C)
Controleer de kettingspanning vóór het begin van de werk-

zaamheden, na de eerste keren zagen en tijdens het zagen re-

gelmatig elke 10 minuten. In het bijzonder bij nieuwe zaagket-

tingen moet in het begin met verslapping worden gerekend.
De levensduur van de zaagketting is in grote mate afhankelijk

van voldoende smering en juiste spanning.
Span de zaagketting niet wanneer deze zeer heet is, omdat de

ketting na het afkoelen samentrekt en dan te strak op het

zwaard ligt.
– Leg de kettingzaag op een recht oppervlak neer.

– Draai de spangreep 14 ca. 1 – 3 slagen tegen de wijzers

van de klok om de zwaardvastzetting los te maken.

– Controleer of de kettingschakels goed in de geleidings-

sleuf van het zwaard 11 en op het kettingwiel 18 liggen.

– Draai de rode kettingspanring 13 klikkend met de wijzers

van de klok mee tot de juiste kettingspanning is bereikt.

Het klikmechanisme voorkomt dat de kettingspanning los-

raakt. Wanneer de kettingspanring 13 slechts moeilijk kan

worden gedraaid, moet de u spangreep 14 verder tegen de

wijzers van de klok losdraaien. De spangreep 14 mag mee-

draaien wanneer de kettingspanring 13 wordt ingesteld.

– De zaagketting 10 is goed gespannen wanneer deze in het

midden ca. 3 – 4 mm kan worden opgetild. Dit moet met

één hand gebeuren door het omhoogtrekken van de zaag-

ketting tegen het eigen gewicht van de kettingzaag.

– Wanneer de zaagketting 10 te sterk gespannen is, moet de

kettingspanring 13 tegen de wijzers van de klok worden

gedraaid.

11

22

10

17
18

20

11

21

23

15

14

14

13

10

OBJ_BUCH-716-004.book Page 86 Tuesday, August 23, 2011 3:50 PM