beautypg.com

Metz MECABLITZ 58 AF-2 digital Nikon User Manual

Page 104

background image

104

ń

Let er op, dat het richtgetal van de flitser bij de FP-synchronisatie boven-
dien afhankelijk is van de belichtingstijd: hoe korter de belichtingstijd,
des te lager het richtgetal!

Het instellen van de automatische FP-synchronisatie moet op de camera worden

gedaan (zie de gebruiksaanwijzing van uw camera)! In het display van de flit-

ser wordt dan bijv. ook ‘FP’ aangegeven.

19 Flitsen vooraf tegen het ‘rode-ogeneffect’

Het ‘rode-ogeneffect’ treedt op als de te fotograferen persoon meer of minder

recht in de camera kijkt, de omgeving donker is en de flitser zich dicht bij de

optische as van de camera bevindt. Het flitslicht verlicht daarbij door de pupil

heen, de achtergrond van de ogen.
Sommige cameratypes beschikken over een functie van vooraf flitsen tegen het

‘rode-ogeneffect’. Daarbij leiden een of meerdere flitsen ertoe, dat de pupillen

zich wat meer sluiten, waarmee het effect van de rode ogen vermindert. De

hulpreflector wordt automatisch door de camera aangestuurd en hoeft daarom

op de mecablitz niet te worden ingeschakeld.

Bij sommige camera’s ondersteunt de functie van flitsen vooraf alleen de
in de camera ingebouwde flitser, c.q. een schijnwerper in de camerabo-
dy. Het instellen van deze functie moet dan op de camera gebeuren (zie
de gebruiksaanwijzing van uw camera)! Bij gebruik van de functie van
flitsen vooraf is synchronisatie bij het dichtgaan van de sluiter (REAR)
niet mogelijk!

20 Meerzone AF-meetflits

Zodra er niet meer voldoende omgevingslicht om voor automatisch scherp te

kunnen stellen, wordt door de camera de meerzone AF-meetflits ቭ in de flitser

geactiveerd. Daarbij wordt een streeppatroon op het onderwerp geprojecteerd

waar de camera op kan scherpstellen. De reikwijdte bedraagt, afhankelijk van

de geselecteerde AF-sensor in de camera, ong. 6 … 9 m (bij standaardobjectief

1,7 / 50 mm). De maximale reikwijdte wordt met de centrale AF-sensor van de

camera bereikt. Wegens de parallax tussen objectief en de AF-meetflits in de

flitser bedraagt de dichtbij-instelgrens met de AF-meetflits ong. 0,7 m tot 1 m.

Om de camera de AF-meetflits

te laten activeren, moet op de camera

de autofocusfunctie ‘Single-AF (S)’ ingesteld zijn en de flitser moet flitspa-
raat zijn. Sommige cameratypes ondersteunen alleen de in de camera
ingebouwde AF-meetflits. De meerzone AF-meetflits

van de flitser

wordt dan niet geactiveerd (bijv. bij compactcamera’s; zie de gebruik-
saanwijzing van uw camera)!

Zoomobjectieven met een geringe lichtsterkte kunnen de reikwijdte van de meer-

zone AF-meetflits behoorlijk beperken!
Sommige cameratypes ondersteunen alleen met de centrale AF-sensor van de

camera de AF-meetflits van de flitser. Wordt dan een decentrale sensor geselec-

teerd, dan wordt de AF-meetflits in de flitser niet geactiveerd!

709 47 0159.A1 58AF-2 Ni Print 26.07.2010 14:13 Uhr Seite 104