E-Tech EH series User Manual
Page 20

39
38
Type pomp
DN mof met schroefdraad
Afzuigzijde
Perszijde
3
1" ¼
1"
5
1" ¼
1"
9
1" ½
1" ¼
4.2 Elektrische
verbindingen
c
Alvorens werkzaamheden uit te voeren op
de elektrische pomp, moet u controleren of u
de verbinding met het elektriciteitsnet heeft
losgekoppeld en dat die niet per ongeluk kan
worden hersteld.
De elektrische aansluitingen mogen uitsluitend
worden uitgevoerd door een erkend elektricien in
overeenstemming met de geldende voorschriften.
Controleer verder of de gegevens van het typeplaatje
overeenstemmen met de nominale gegevens van
het elektriciteitsnet. Controleer bij het maken van de
aansluiting op de aanwezigheid van een goed werkende
aardingsketen.
c
De installateur is er verantwoordelijk voor
dat de aansluiting wordt uitgevoerd in
overeenstemming met de normen die van
toepassing zijn in het land waar de installatie
plaatsvindt.
Verbind de elektropomp door middel van een externe
netschakelaar met een afstand van tenminste 3 mm
tussen de contacten bij alle polen.
Verbind de elektrische kabels met de motor volgens het
schema aan de binnenkant van de afdekplaat van het
klemmenbord.
• Voor de eenfase versie zie fi guur 3.A op pagina 5
• Voor de driefasen versie zie fi guur 3.B op pagina 5.
c
Gebruik goedgekeurde geaarde kabels
(3 draadskabels voor eenfase versie en 4
draadskabels voor driefasen versie)
c
Zorg er voor dat de elektrische kabels niet
in contact komen met leidingen of andere
onderdelen van de pomp, en dat de kabels
absoluut niet met vocht in contact komen.
De eenfase versies zijn voorzien van een interne
variabele condensator ten behoeve van het vermogen.
In alle eenfase versies wordt de motor beschermd
tegen overbelasting door middel van een ingebouwde
thermische beveiliging (motorbeveiliging).
De driefasen motoren moeten beschermd worden door
een externe beveiliging (magnetische motorbeveiliging
voorzien van snelle uitschakeling) met uitschakeltijd
ingesteld op:
• Minder dan 10 seconden met 5 maal I
N
• Minder dan 10 minuten met 1.5 maal I
N
I
N
= maximale waarde van de stroom aangegeven op de
typeplaat.
De pomp dient te worden gevoed via een reststroom
apparaat (RCD) met een nominale restbedrijfsstroom ≤
30 mA.
4.3 Controle van de rotatierichting
Na voltooiing van de elektrische aansluiting kan bij de
driefasenpompen, de rotatierichting omgekeerd blijken;
in dat geval zullen de prestatie beduidend lager zijn dan
normaal. Om de correcte aansluiting te controleren, moet
u als volgt te werk gaan:
1) Wanneer u de elektropomp aanzet, controleer dan of
de draairichting overeenkomt met wat de pijl aangeeft.
Let op! Deze handeling, die droog wordt uitgevoerd,
mag niet langer duren dan enkele seconden.
2) Om de draairichting te corrigeren hoeft u slechts hun
fase om te polen.
c
Vergeet niet om het geheel te aarden.
5. INWERKINGSTELLING
LET OP: U mag de elektropomp NOOIT aanzetten
zonder dat deze eerst gevuld is. Door droog gebruik
kan de machine onherstelbaar beschadigd raken.
5.1 Vullen
5.1.1 Elektropomp volgeladen (zie fi guur 1.A
en fi guren 2.A op pagina 4 en 5)
1. Sluit de afsluitkleppen aan de perszijde van de
elektropomp zodat de vloeistof die gebruikt wordt
om de elektropomp te vullen niet in het circuit kan
stromen.
2. Verwijder de vulstop (zie fi guur 2.A op pagina 5)
3. Open de afsluitklep aan de aanzuigzijde van de pomp
de vloeistof in de pomp te laten lopen. Verzeker u
ervan dat het hoogteverschil tussen de pomp en het
aftappunt zodanig is dat de pomp volledig gevuld
wordt.
4. Wanneer er een homogene vloeistof uit het vulgat
komt, de vulstop goed dichtdraaien.
5. Zet de elektropomp aan en controleer, alleen in de
driefasen versie, of de draairichting overeenkomt met
wat de pijl aangeeft. Om de draairichting te corrigeren
hoeft u slechts hun polen om te zetten.
6. Open voorzichtig de afsluitklep aan de perszijde.
m
Houd in het bijzonder rekening bij punt 3,
wanneer de pomp gevuld wordt met warm water
of gevaarlijke stoffen, dat de vloeistofstroom
die uit de bovenste ontluchtingsstop stroomt
omstanders kan raken. Zorg ervoor dat u een
veilige positie inneemt bij deze handeling, sluit
de afsluitklep in dit geval voordat u bij een
constante vloeistofstroom de vulstop dichtdraait,
om contact met de vloeistof te vermijden.
m
Afhankelijk van de temperatuur van de
verpompte vloeistof kunnen de oppervlakten
van de elektropomp heet worden. Indien
wenselijk kunt u een beveiliging aanbrengen om
onnodig contact met het apparaat te vermijden.
5.1.2 Pomp als aanzuiger (zie fi guur 1.B en
fi guren 2.A op pagina 4 en 5)
1. Sluit de afsluitkleppen aan de perszijde van de
elektropomp zodat de vloeistof die gebruikt wordt
om de elektropomp te vullen niet in het circuit
kan stromen, en open de afsluitkleppen aan de
aanzuigzijde.
2. Verwijder de vulstop (zie fi guur 2.A op pagina 5)
3. Vul de pomp zoals aangegeven in fi guur 2.A totdat de
vloeistof uit het vulgat stroomt.
4. De vulstop goed dichtdraaien.
5. Zet de elektropomp aan en controleer, alleen in de
driefasen versie, of de draairichting overeenkomt met
wat de pijl aangeeft. Om de draairichting te corrigeren
hoeft u slechts hun polen om te zetten.
7. Open voorzichtig de afsluitklep aan de perszijde.
m
Afhankelijk van de temperatuur van de
verpompte vloeistof kunnen de oppervlakten van
de elektropomp heet worden. Indien wenselijk
kunt u een beveiliging aanbrengen om onnodig
contact met het apparaat te voorkomen.
6. ONDERHOUD EN ASSISTENTIE
De elektrische pomp heeft geen bijzonder onderhoud
nodig. Met schade ontstaan door oneigenlijk gebruik
kunt u geen aanspraak maken op de garantie regeling.
Evenals reparaties die zijn uitgevoerd door personeel
dat niet offi cieel door de fabrikant daarvoor bevoegd is
resulteren in het vervallen van de garantie. Bovendien
betekent dat u met onveilig en potentieel gevaarlijk
apparatuur werkt.
c
Controleer of de elektropomp niet op
de stroom aangesloten staat voordat u
onderhoudswerkzaamheden gaat verrichten
en controleer of het apparaat niet per ongeluk
tijdens de werkzaamheden kan worden
aangesloten.
Om de elektropomp tegen vorst te beschermen moet
u de pomp geheel leeg laten lopen. dit doet u door de
afvoerstop en de laaddop te verwijderen (zie fi guur 2.B op
pagina 5) om zo alle vloeistof uit de pomp te laten lopen.
Wanneer u de pomp vervolgens weer gaat gebruiken,
sluit u de afvoerstop en herhaalt u de handelingen voor
het vullen van de pomp vanaf punt 3 en verder.
7. AFVALVERWERKING
De verwerking tot afval van dit product, of delen ervan,
dient te worden uitgevoerd door lokale instanties of
afvalverwerkende bedrijven.
8. TABEL VAN MOGELIJKE STORINGEN
c
Controleer of de elektropomp niet op
de stroom aangesloten staat voordat u
onderhoudswerkzaamheden gaat verrichten
en controleer of het apparaat niet per ongeluk
tijdens de werkzaamheden kan worden
aangesloten.
m
Informeer de personen die de reparatie
uitvoeren nadrukkelijk wanneer de elektropomp
voor gevaarlijke vloeistoffen is gebruikt. Maak
de pomp in dit geval goed schoon zodat de
reparateur gegarandeerd veilig kan werken.
Zie tabel op de volgende pagina.