Festool AP 85 User Manual
Page 31

31
a) Houd de zaag met beide handen vast en breng
uw armen in zo‘n positie dat u de terugslagkrach-
ten kunt weerstaan. Blijf altijd aan de zijkant van
het zaagblad en breng het zaagblad nooit in één
lijn met uw lichaam. Bij een terugslag kan de
cirkelzaag naar achteren springen, maar wan-
neer de juiste maatregelen zijn getroffen kan de
gebruiker de terugslagkrachten beheersen.
b) Als het zaagblad beklemd raakt of het zagen
om een andere reden wordt onderbroken, laat
u de in-/uit-schakelaar los en houdt u de zaag
rustig in het materiaal tot het zaagblad volle-
dig stilstaat. Probeer zolang het zaagblad zich
beweegt of er een terugslag kan plaatsvinden
nooit om de zaag uit het werkstuk te halen of
naar achteren te trekken. Ga na wat de oorza-
ken zijn van de beklemming van het zaagblad
en hef deze op door passende maatregelen te
nemen.
c) Wanneer u een zaag die in het werkstuk steekt
weer wilt starten, centreert u het zaagblad in de
zaagspleet en controleert u of de zaagtanden
niet in het werkstuk zijn blijven haken. Is het
zaagblad beklemd geraakt, dan kan het zich bij
het opnieuw starten van de zaag uit het werk-
stuk bewegen of een terugslag veroorzaken.
d) U dient grote platen te stutten om het risico van
een terugslag als gevolg van een beklemd zaag-
blad te verkleinen. Grote platen kunnen door-
buigen onder hun eigen gewicht. Platen dienen
aan beide kanten, zowel bij de zaagspleet als bij
de rand, te worden gestut.
e) Gebruik geen stompe of beschadigde zaagbla-
den. Zaagbladen met stompe of verkeerd uit-
gerichte tanden leiden door de te nauwe zaag-
spleet tot een grotere wrijving, beklemming van
het zaagblad en terugslag.
f) Draai voor het zagen de snijdiepte- en snij-
hoekinstellingen vast. Wanneer de instellingen
tijdens het zagen gewijzigd worden, kan het
zaagblad beklemd raken en een terugslag op-
treden.
g) Wees bijzonder voorzichtig wanneer u een „in-
valsnede” in een verborgen gebied, bijv. een
bestaande wand, uitvoert. Het invallende zaag-
blad kan bij het zagen in verborgen objecten ge-
blokkeerd raken en een terugslag veroorzaken.
Gebruik en onderhoud van elektrische gereed-
schappen
a) Controleer voor gebruik altijd of de onderste
beschermkap goed sluit. Gebruik de zaag niet
wanneer de onderste beschermkap niet vrij be-
wogen kan worden en niet direct sluit. Klem of
bindt de onderste beschermkap nooit vast in
een geopende positie. Mocht de zaag per on-
geluk op de grond vallen, dan kan de onderste
beschermkap worden verbogen. Open de be-
schermkap met de hendel en zorg ervoor dat hij
vrij beweegt en bij alle snijhoeken en -dieptes
noch het zaagblad noch andere delen raakt.
b) Controleer de functie van de veer van de onder-
ste beschermkap. Werken de beschermkap en
de veer niet foutloos, wacht dan met het gebruik
van het apparaat. Beschadigde delen, plakke-
rige afzettingen of ophopingen van spaanders
zorgen ervoor dat er bij de werking van de on-
derste beschermkap vertraging optreedt.
c) Open de onderste beschermkap alleen bij bij-
zondere handmatige snedes, zoals „inval- en
hoekzaagsnedes”. Open de onderste bescherm-
kap met de hendel en laat deze los zodra het
zaagblad in het werkstuk is doorgedrongen. Bij
alle andere zaagwerkzaamheden moet de on-
derste beschermkap automatisch werken.
d) Leg de zaag niet op de werkbank of op de grond
zonder dat de onderste beschermkap het zaag-
blad afdekt. Een onbeschermd, nalopend zaag-
blad beweegt de zaag tegen de zaagrichting in
en zaagt wat het op zijn weg tegenkomt. Houd
hierbij rekening met de nalooptijd van de zaag.
Veiligheidsinstructies voor cirkelzagen met
spouwmes
a) Gebruik een passende splijtwig voor het inge-
zette zaagblad. De splijtwig dient sterker te zijn
dan de stambladdikte van het zaagblad, maar
dunner dan de zaagbreedte van het zaagblad.
b) Stel de splijtwig af volgens de beschrijving in
de gebruiksaanwijzing. Een verkeerde sterkte,
stand en uitlijning kunnen tot gevolg hebben dat
de splijtwig een terugslag niet effectief verhin-
dert.
c) Gebruik de splijtwig altijd, behalve bij „invalsne-
des”. Na het maken van de invalsnede dient u
de splijtwig weer te monteren. De splijtwig is
storend bij invalsnedes en kan een terugslag
veroorzaken.
d) De splijtwig kan alleen werken als hij zich in
de zaagspleet bevindt. Bij korte snedes kan de
splijtwig een terugslag niet effectief verhinde-
ren.
e) Gebruik de zaag niet met een verbogen splijt-
wig. Door een kleine storing kan vertraging op-
treden bij het sluiten van de beschermkap.
2.3 Emissiewaarden
De volgens EN 60 745 bepaalde waarden bedra-
gen gewoonlijk:
Geluidsdrukniveau/
geluidsvermogensniveau:
92/103 dB(A)
Meetonzekerheidstoeslag
K = 4 dB
Draag gehoorbescherming!
Beoordeelde acceleratie
< 2,5 m/s
2
3 Elektrische aansluiting en het in bedrijf stellen
Controleer of de netspanning overeenkomt
met de waarde die op het typeplaatje is aan-
gegeven.
In Noord-Amerika mogen alleen Festool-ma-
chines met de spanningsopgave 120 V/60 Hz
worden ingezet.
Het netspanningscircuit waarop u de machine ge-
bruikt moet afgezekerd zijn met een smeltveilig-
heid van minstens 16 A (230 V), of met een auto-
matische zekering van dezelfde waarde.