Reglementair gebruik, Veiligheidsinstructies – Karcher KM 90-60 R P Advanced User Manual
Page 61

-
2
Gebruik deze veegmachine uitsluitend vol-
gens de gegevens in deze gebruiksaanwij-
zing.
–
Deze veegmachine is bestemd voor het
vegen van vervuilde oppervlakken bui-
ten.
–
Het apparaat is niet toegestaan voor
het openbare verkeer op de weg.
–
Ieder daarboven uitgaand gebruik geldt
als niet volgens de voorschriften. Voor
hieruit resulterende schades is de fabri-
kant niet aansprakelijk, het risico hier-
voor draagt alleen de gebruiker.
–
Het gebruik in gesloten ruimtes is ver-
boden.
–
Er mogen aan het apparaat geen wijzi-
gingen worden aangebracht.
–
Het apparaat is alleen geschikt voor
het/de in de gebruiksaanwijzing ge-
noemde wegdek/ondergrond.
–
Er mag alleen gereden worden op de
door de ondernemer of diens gemach-
tigde voor het machinegebruik vrijgege-
ven oppervlakken.
–
Over het algemeen geldt: Licht ont-
vlambare stoffen uit de buurt van het
apparaat houden (explosie-/brandge-
vaar).
–
Nooit explosieve vloeistoffen, brandba-
re gassen of onverdunde zuren en op-
losmiddelen opvegen/opzuigen!
Daartoe behoren benzine, verfverdun-
ner of stookolie die door verwerveling
met de zuiglucht explosieve dampen of
mengsels kunnen vormen, verder ace-
ton, onverdunde zuren en oplosmidde-
len omdat zij op het apparaat gebruikte
materialen aantasten.
–
Nooit reactieve metaalstoffen (bijv. alu-
minium, magnesium, zink) opvegen/op-
zuigen, ze vormen in verbinding met
sterk alkalische of zure reinigingsmid-
delen explosieve gassen.
–
Het apparaat is niet geschikt voor het
opvegen van stoffen die schadelijk zijn
voor de gezondheid.
–
Geen brandbare of glimmende voor-
werpen opvegen/opzuigen.
–
Het verblijf in de gevarenzone is verbo-
den. Niet gebruiken in ruimtes met ont-
ploffingsgevaar.
–
Het meenemen van begeleidende per-
sonen is niet toegestaan.
–
Het is niet toegestaan om met dit appa-
raat voorwerpen te verschuiven of te
transporteren.
–
Asfalt
–
Industrievloer
–
Estrik
–
Beton
–
Klinkers
–
Het apparaat met de werkinstallaties
moet voor gebruik gecontroleerd wor-
den op deugdelijkheid en bedrijfsveilig-
heid. Indien zij niet in goede staat
verkeren, mag u de apparatuur niet ge-
bruiken.
–
Bij gebruik van het apparaat in gevaar-
lijke omgevingen (bijvoorbeeld tanksta-
tions) moeten de overeenkomstige
veiligheidsvoorschriften in acht geno-
men worden. Niet gebruiken in ruimtes
met ontploffingsgevaar.
–
Degene die het apparaat bedient dient
het te gebruiken volgens de voorschrif-
ten. Deze dient rekening te houden met
de plaatselijke omstandigheden en bij
het werken met het apparaat te letten
op derden, speciaal op kinderen.
–
Voor de aanvang van de werkzaamhe-
den moet de bediener zich ervan verge-
wissen dat alle veiligheidsinrichtingen
volgens de voorschriften zijn aange-
bracht en functioneren.
–
De bediener van het apparaat is verant-
woordelijk voor ongevallen met andere
personen of hun eigendom.
–
Erop letten dat de bediener nauw aan-
sluitende kledij draagt. Stevig schoeisel
dragen en losse kledij vermijden.
–
Voor het starten de onmiddellijke om-
geving van het apparaat controleren
(bv. kinderen). Letten op voldoende
zichtbaarheid!
–
Het apparaat mag nooit onbeheerd
worden achtergelaten zolang de motor
nog draait. De bediener mag het appa-
raat pas verlaten, als de motor is uitge-
zet, het apparaat tegen onbedoelde
bewegingen is beveiligd en de contact-
sleutel uit het contact is gehaald.
–
Het apparaat mag alleen door perso-
nen worden gebruikt die voor de om-
gang ermee zijn opgeleid of hun
vaardigheden in het bedienen hebben
aangetoond en uitdrukkelijk de op-
dracht hebben gekregen voor het ge-
bruik.
–
Dit apparaat is niet ervoor gedacht,
door personen (inclusieve kinderen)
met beperkte fysieke, sensorische of
geestelijke mogelijkheden of door ge-
brek aan ervaring en/of door gebrek
aan kennis te worden benut, tenzij deze
personen door personen worden geob-
serveerd die voor hun veiligheid verant-
woordelijk zijn of door deze hun
instructies hebben verkregen, hoe het
apparaat dient te worden gebruikt.
–
Over kinderen dient toezicht te worden
gehouden, om te waarborgen dat ze
niet met het apparaat spelen.
ƽ
Gevaar
Verwondingsgevaar!
Kantelgevaar bij de sterke hellingen.
–
Er mogen enkel hellingen en dalingen
in rijrichting tot 18% bereden worden.
Kantelgevaar bij onstabiele ondergrond.
–
Het apparaat uitsluitend op bevestigde
ondergrond bewegen.
Kantelgevaar bij de zijwaartse hellingen.
–
Dwars op de rijrichting alleen hellingen
tot maximaal 15% berijden.
ƽ
Gevaar
Verwondingsgevaar!
–
Gelieve in het bijzonder de veiligheids-
instructies in de gebruiksaanwijzing
voor apparaten met benzinemotor in
acht te nemen.
–
De uitlaat mag niet geblokkeerd worden.
–
Niet over de uitlaat buigen of deze aan-
raken (verbrandingsgevaar).
–
Aandrijfmotor niet aanraken of vastpak-
ken (verbrandingsgevaar).
–
Bij de werking van het apparaat in ruim-
tes moet gezorgd worden voor voldoen-
de verluchting en afvoer van de
uitlaatgassen (vergiftigingsgevaar).
–
Uitlaatgassen zijn schadelijk voor de
gezondheid, ze mogen niet worden in-
geademd.
–
De motor heeft ca. 3 - 4 seconden na-
loop nodig na het uitzetten. In deze tijd
absoluut uit de buurt blijven van het
aandrijfbereik.
–
Bij vervoer van het apparaat dient u de
motor af te zetten en het apparaat goed
vast te zetten.
–
Voor reinigings- en onderhoudswerk-
zaamheden van het apparaat, het ver-
vangen van onderdelen of het
ombouwen voor een andere functie
moet het apparaat uitgeschakeld en de
contactsleutel verwijderd worden.
–
Bij werkzaamheden aan de elektrische
installatie moet de batterij afgeklemd
worden.
–
Het schoonmaken van het apparaat
mag niet met een waterslang of hoge-
drukstraal gebeuren (gevaar van kort-
sluiting of andere schades).
–
Reparaties mogen uitsluitend door
goedgekeurde klantenservicewerk-
plaatsen of door vaklui voor dit gebied
worden uitgevoerd die met de betref-
fende veiligheidsvoorschriften ver-
trouwd zijn.
–
Veiligheidscontrole volgens de plaatse-
lijk geldige voorschriften voor van
plaats veranderlijke, industrieel benutte
apparaten opvolgen.
–
Werkzaamheden aan het apparaat al-
tijd met geschikte handschoenen uit-
voeren.
Reglementair gebruik
Voorzienbaar verkeerd gebruik
Geschikte ondergronden
Veiligheidsinstructies
Gebruik
Bediening
Rijfunctie
Apparaten met verbrandingsmotor
Vervoer
Onderhoud
61
NL