Sensor aansluiten in een gevaarlijke omgeving – Hach-Lange LDO Sensor User Manual
Page 142

2. Lees het label aan het connectoruiteinde van de kabel. Sensoren die gecertificeerd zijn voor
gevaarlijke omgevingen zijn voorzien van een label met "Geclassificeerd: Klasse 1, Divisie 2".
3. Onderzoek de connector.
• Sensoren die gecertificeerd zijn voor gevaarlijke omgevingen hebben een connector met
veiligheidsvergrendeling. Raadpleeg
op pagina 142.
• Sensoren die niet gecertificeerd zijn voor gevaarlijke omgevingen hebben een connector met
snelkoppeling, zonder veiligheidsvergrendeling.
Sensor aansluiten in een gevaarlijke omgeving
G E V A A R
Explosiegevaar. Dit apparaat is geschikt voor gebruik in ongevaarlijke omgevingen of in gevaarlijke
omgevingen van klasse 1, divisie 2, groepen A, B, C, D in combinatie met gespecificeerde sensoren en
opties en indien geïnstalleerd volgens het installatieschema voor gevaarlijke omgevingen. Houd u
tijdens de installatie altijd aan het installatieschema en aan de van toepassing zijnde elektrotechnische
voorschriften.
G E V A A R
Explosiegevaar. Koppel elektrische componenten of circuits van het instrument alleen aan of los als de
stroom uitgeschakeld is of als de zone ongevaarlijk is.
L E T O P
Gebruik in een gevaarlijke omgeving alleen een gecertificeerde sensor en kabelvergrendeling. De gecertificeerde
versie voor gevaarlijke omgevingen van dit product voldoet niet aan de vereisten van de Richtlijn 94/9EG-(ATEX-
richtlijn).
op pagina 141 voor meer informatie.
1. Verwijder de connectorkap van de controller. Bewaar de connectorkap om de connectoropening
af te dichten in geval de sensor moet worden verwijderd.
2. Sluit de sensor aan op de controller. Raadpleeg de gebruikshandleiding van de controller voor
meer informatie.
3. Sluit de veiligheidsvergrendeling op de connector.
4. Verwijder de veiligheidsvergrendeling van de connector met een kleine, smalle schroevendraaier.
Raadpleeg
Afbeelding 3 Veiligheidsvergrendeling van connector
142 Nederlands